Nederland trekt per hectare natuur meer dan vier keer zoveel geld uit als het op één na duurste EU-land. De miljarden verdwijnen vooral in peperdure projecten waarin bestaande natuur met graafmachines wordt verwijderd om kunstmatige, stikstofgevoelige natuur aan te leggen. De overheid, natuurorganisaties, adviesbureaus en procederende ngo’s blijken bovendien nauw met elkaar verweven.
Nederland geeft ongekend veel geld uit aan natuur, vertelt onderzoeksjournalist Geesje Rotgers in Op z’n Kop. Dat wordt niet besteed aan gewoon onderhoud van bossen, heide en plassen, maar vooral aan peperdure projecten waarmee de overheid de natuur probeert te verbouwen tot iets wat hier van nature helemaal niet wil ontstaan.
Uit cijfers die alle lidstaten verplicht bij Brussel hebben aangeleverd, blijkt dat Nederland voor de periode 2021–2027 bijna 6,5 miljard euro uittrekt voor natuur en biodiversiteit. Alleen veel grotere landen als Duitsland en Spanje geven als land meer uit: ongeveer 10 miljard euro. Omgerekend per hectare natuur of per natuurgebied steekt Nederland echter met afstand boven alle andere Europese landen uit.
Nederland trekt per hectare meer dan vier keer zoveel geld uit als het op één na duurste land. En dan zijn de tientallen miljarden voor het stikstofbeleid en het uitkopen van boeren nog niet eens meegerekend. De Nederlandse staaf in de Europese grafiek gaat dus nog veel verder omhoog.
Landbouwgrond wordt opgekocht, de vruchtbare bovenlaag wordt met zwaar materieel afgegraven, de waterstand wordt verhoogd en vervolgens probeert men daar schrale graslanden, vennen, moerassen of hoogveen aan te leggen.
Eerst natuur aanleggen, daarna de boeren wegsturen
Nederland kiest bovendien opvallend vaak voor de aanleg van natuurtypen die zeer gevoelig zijn voor stikstof. Naast boerenbedrijven wordt voor miljoenen euro’s een vennetje, moeras of stuk schraal grasland aangelegd. Zodra dat kunstmatige natuurgebied er ligt, krijgt de boer te horen dat zijn bedrijf een bedreiging vormt voor de kwetsbare natuur.
Natuur die er enkele jaren eerder nog helemaal niet was.
Bij Westbroek in de provincie Utrecht werd bijvoorbeeld met grote graafmachines kunstmatig trilveen aangelegd. Daarna werden omliggende boeren geconfronteerd met de boodschap dat zij moesten verdwijnen om dat nieuwe, kwetsbare trilveen te beschermen.
In Brabant werd een gebied voor ongeveer 5,5 miljoen euro ingericht voor een vlindersoort die al sinds de jaren zeventig uit Nederland was verdwenen. De vlinders werden uit Polen gehaald. Landbouwgrond werd afgegraven en er kwam zelfs een tribune zodat bezoekers naar het veld konden kijken. Niemand zag de vlinder.
Elders zijn vennen gegraven die vervolgens leegliepen, vol ganzen kwamen te zitten of werden overwoekerd door de invasieve watercrassula. Ook worden complete bosbodems afgeschraapt om bos om te vormen tot heide. Bomen waarvan de wortels in die bovengrond zitten, leggen daarbij het loodje. Nederland sloopt bestaande natuur om met belastinggeld gewenste natuur te fabriceren.
Nederlandse hobby, geen Brussels bevel
Politici verdedigen het natuurbeleid steevast met de boodschap dat het nu eenmaal van Brussel moet. Dat blijkt voor een groot deel onzin. Europa verlangt dat bestaande natuur wordt beschermd. Nederland heeft daar zelf uitgebreide systemen bovenop gebouwd. Provincies en commerciële adviesbureaus als Arcadis en Antea Group ontwikkelden eigen meetlatten met soortenlijstjes. Per natuurgebied werd vastgelegd welke planten, vissen, vlinders en andere soorten er in welke aantallen zouden moeten voorkomen.
Zijn de voorgeschreven soorten aanwezig, dan heet de natuur goed. Ontbreken zij, dan verkeert de natuur volgens het Nederlandse systeem in slechte staat. Op sommige lijstjes staan zelfs soorten die in de hele provincie niet voorkomen. Daarmee creëert de overheid vanzelf een natuurcrisis. Vervolgens kunnen nieuwe projecten worden opgetuigd om de ontbrekende soort alsnog te introduceren. Nederland heeft zelf enorme nationale koppen op de Europese regelgeving gezet. Dat betekent ook dat Nederland er zelf mee kan stoppen.
Discussie draait bewust alleen om stikstofmodellen
Terwijl miljarden verdwijnen in kunstmatige natuurprojecten, concentreert de politieke discussie zich vrijwel uitsluitend op stikstofmodellen, rekenkundige deposities en gekleurde kaartjes. De werkelijke staat van de natuur blijft buiten beeld.
Nederland rapporteerde aan Brussel dat de natuur de afgelopen zes jaar dramatisch zou zijn verslechterd. De onderliggende natuurgegevens waarmee die bewering kan worden gecontroleerd, zijn echter niet openbaar. Eerdere databases werden na veel druk toegankelijk, maar inmiddels wordt de natuur beoordeeld met andere gegevens die opnieuw niet toegankelijk zijn.
De bevolking krijgt wel te horen dat de natuur omvalt, maar mag de cijfers waarop dat oordeel is gebaseerd niet controleren. Ondertussen worden oude stikstofplannen opnieuw uit de kast gehaald. Rond natuurgebieden moeten brede zones komen waarin boeren veel minder mogen uitstoten. Bij stroken van een kilometer komt een gigantisch deel van de Nederlandse landbouwgrond onder druk te staan.
Overheid en procederende ngo’s lopen door elkaar heen
Nog zorgwekkender is de verstrengeling tussen overheid, natuurorganisaties, adviesbureaus en procederende milieuclubs. Geesje Rotgers ontdekte bij het controleren van een rapport van Mobilisation for the Environment dat haar vragen werden beantwoord door iemand die zij kende als medewerker van de overheid. Een ambtenaar die zich beroepsmatig met het natuurdossier bezighoudt, lijkt daarnaast actief voor een organisatie die procedures tegen diezelfde overheid voert.
Ook andere natuurorganisaties blijken nauw met de overheid verbonden. Hoge natuurambtenaren zitten in besturen, provincies zijn vertegenwoordigd in raden van commissarissen en politici nemen bestuursfuncties bij natuur- en onderzoeksorganisaties in.
Een groep ngo’s die Greenpeace steunt in de stikstofzaak tegen de Staat, zit bovendien in hetzelfde gebouw als BIJ12, de uitvoeringsorganisatie van de provincies voor natuurbeleid.
De overheid die het beleid maakt, de organisaties die om strenger beleid vragen en de clubs die daarover tegen de Staat procederen, zitten soms letterlijk bij elkaar in het pand. Van neutraliteit is nauwelijks nog sprake.
De belastingbetaler betaalt en krijgt verbodsborden terug
Nederlanders betalen de miljarden via inkomstenbelasting, btw, brandstofaccijnzen en wegenbelasting. Daarbovenop komen de vrijwillige bijdragen aan natuurorganisaties, loterijen en goede doelen. Wat krijgen zij ervoor terug? Afgesloten natuurgebieden, verbodsborden, hekken, geplastificeerd gaas in het water en steeds minder ruimte om te wonen, ondernemen, boeren of recreëren.
Bomen worden gekapt, bodems afgegraven en landschappen met zwaar dieselmaterieel compleet op de schop genomen. Dat alles gebeurt onder het mom van natuurherstel. Nederlanders houden van natuur. Maar liefde voor natuur is iets anders dan kritiekloos miljarden overmaken aan een systeem dat bestaande natuur vernietigt, kunstmatige natuur terugbouwt en daarna burgers en boeren de schuld geeft wanneer de plantjes doodgaan of de dieren vertrekken.
Dit is geen natuurbeleid meer, maar een ziek verdienmodel, betaald door belastingbetalers die nauwelijks weten dat het bestaat.
