‘Hou die k*thondbij je, k*nkerwijf,’ kreeg ik naar mijn hoofd geslingerd zondagochtend. Het moest nog tien uur worden! De zon scheen door de bomen op het pad tussen de Horstermeerpolder en de Spiegelplas. Sinds mijn vader eind vorige zomer overleed in het verpleeghuis aan de rand van dit gebied noem ik het altijd het tuinpad van mijn vader. Ik wandel er graag, mijmerend over het leven, terwijl Bruce achter een bal aan rent. Dat mag daar namelijk gewoon.
Aan het begin van het pad heeft de gemeente een bord neergezet met zo’n stichtelijk tekstje dat je elkaar moet groeten. Omdat je het pad deelt met loslopende honden, overstekende ruiters, kinderen op weg naar het strandje, wandelaars en mensen die een SUP meesjouwen. Waarom je nou precies daar op zondagochtend het werelduurrecord moet vestigen met je halfoude dikke lijf in een wielrenpakje geperst, ontgaat mij altijd een beetje. En k*nkerwijf is volgens mij niet de groet die de ambtenaar met het stichtelijke bordje bedoelde.
In een tragische poging de aftakeling tegen te gaan, joeg de halfoude man op zijn wielrenfiets zijn hartslag omhoog en zijn bloeddruk door het dak. Alles voor de gezondheid.
De hele column is hier te lezen, exclusief voor leden van de Club van Dwarskijkers. Lid ben je al voor 15 euro per jaar (incl. BTW). Daarmee steun je ons werk en krijg je toegang tot exclusieve content zoals columns en podcasts.
